RTV West-Friesland

Algemeen Justitie

Geen onomstotelijk tegenbewijs nodig bij aanvechten handhaving verkeerd aangeboden afval

WEST-FRIESLAND – Dat blijkt uit een uitspraak  van de Raad van State waar drie aanbieders van huishoudelijk afval bezwaar hadden aangetekend tegen een gemeentelijke handhavingsbesluit omdat het afval verkeerd was aangeboden. Volgens de Raad van State mag een gemeente bij het verkeerd aanbieden van huisvuil er vanuit gaan dat de persoon tot wie het huisvuil kan worden herleid ook de overtreder is, tenzij deze persoon het tegendeel aannemelijk kan maken.

Het voorval speelde zich af in Den Haag maar de uitspraak van de Raad van State is veel al leidend voor de overige gemeenten in Nederland. Den Haag besloot bij drie inwoners bestuursdwang toe te passen omdat deze het huisvuil verkeerd hadden aangeboden. De inwoners gaven echter bij de hoorzitting van de Raad van State aan dat zij niet verantwoordelijk waren voor het verkeerd aanbieden van het huisvuil en dat de gemeente hen ten onrechte als overtreder had aangemerkt. Een pakket was bijvoorbeeld verkeerd bezorgd, of een afvalzak uit een prullenbak in de portiek van een appartementencomplex werd door de schoonmakers van het complex naast een ondergrondse afvalcontainer gezet.

De gemeente Den Haag gaat ervan uit dat de inwoners onomstotelijk tegenbewijs moeten leveren om aannemelijk te maken dat zij niet de overtreders zijn. De inwoners waren het niet eens met de bestuursdwangbesluiten en kwamen daartegen in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak mag de gemeente ervan uitgaan dat de persoon tot wie het huisvuil kan worden herleid (bijvoorbeeld door een naam of adres op een envelop) ook de overtreder is, tenzij die het tegendeel aannemelijk maakt. De Afdeling bestuursrechtspraak geeft nu nadere uitleg over het aannemelijk maken van het tegendeel. Daarvoor is geen onomstotelijk bewijs nodig. Zij geeft twee voorbeelden van de manier waarop iemand het tegendeel aannemelijk kan maken. Bijvoorbeeld door een concrete, gedetailleerde, logische en met objectieve omstandigheden onderbouwde verklaring te geven voor het, buiten zijn schuld, verkeerd aangeboden huisvuil.

Ook zou een betrokkene aannemelijk kunnen maken dat hij niet in de gelegenheid was om het huisvuil op de verkeerde plek achter te laten. Als iemand daarmee genoeg twijfel zaait dat hij de overtreder is, dan is het vervolgens aan de gemeente om die twijfel en het geleverde tegenbewijs te weerleggen. Dan mag de gemeente er dus niet langer van uitgaan dat iemand de overtreder is, alleen maar omdat het huisvuil tot hem of haar kan worden herleid.

Reageer

Heeft u dit ook al gelezen