RTV West-Friesland

Justitie

Inwoner Castricum hoort voorwaardelijke celstraf eisen wegens ontucht gehandicapte vrouw in Hoorn, Avenhorn en Medemblik

HOORN – De officier van justitie heeft voor de rechtbank in Alkmaar twee maanden voorwaardelijke celstraf geëist tegen de 58-jarige Marco D. uit Castricum, omdat hij jarenlang in Hoorn, Medemblik en Avenhorn ontucht zou hebben gepleegd met de verstandelijk beperkte vriendin van zijn dochter. Volgens het slachtoffer heeft de verdachte sinds 2013 geregeld haar billen aangeraakt en gemasseerd, soms wel minuten lang.

De moeder van de vrouw deed in 2020 aangifte nadat haar dochter weigerde mee te gaan met een uitstapje waarbij D. de chauffeur was. De dochter vertelde daarop dat de vader van haar beste vriendin telkens aan haar kont zat en dat ze dat niet prettig vond.

Marco D. ontkende tijdens de rechtszaak met klem de beschuldigingen. Hij was hevig geschrokken van de aangifte. D. kende het slachtoffer al zo’n tien jaar en hij zag haar een tot twee keer per jaar. Volgens hem kwam de jonge vrouw altijd naar hem en wilde ze knuffelen. De verdachte kon niet uitsluiten dat hij daarbij wel eens de bovenkant van haar billen heeft aangeraakt.

De moeder van de vrouw heeft verklaard dat D. tijdens een telefoongesprek heeft toegegeven dat hij te ver is gegaan en dat hij zijn excuses aanbood. De verdachte gaf toe dat hij heeft gezegd dat het hem speet dat de vrouw slechte herinneringen heeft, maar volgens hem heeft hij nooit verklaard dat hij te ver is gegaan. Met terugwerkende kracht had hij wel spijt van de innige omhelzingen, zo zei hij. ,,Dat werkt nu tegen mij.”

Het slachtoffer zou nog altijd veel last hebben van de handelingen. Haar moeder claimde 1.500 euro smartengeld.

De officier van justitie vond dat er voldoende bewijs was voor de ontuchtige handelingen. Ze wilde geen onvoorwaardelijke celstraf eisen, omdat de zaak volgens haar tot de minst ernstige categorie behoort.

Raadsvrouw Firet vroeg om vrijspraak. Volgens haar kan de verklaringen van de gehandicapte vrouw niet als bewijs worden gebruikt, omdat zij het slachtoffer niet heeft mogen ondervragen. De advocaat vond de aanklachten ook zo tegenstrijdig dat D. sowieso moet worden vrijgesproken.

De uitspraak is op 17 mei.

Reageer

Heeft u dit ook al gelezen